De Big Five van overdracht: dit moet je weten voor je gaat bevallen

Reeks deel 1 — Een heldere uitleg met rust in plaats van angst

Inleiding van de reeks; door mij, jouw verloskundige en gids

Al meer dan twintig jaar begeleid ik vrouwen tijdens de geboorte van hun kind. Ik heb duizenden weeën gezien, vrouwen zien worstelen, openen en veranderen en telkens weer datzelfde wonder: je lichaam weet zóveel meer dan je denkt. Pas later begreep ik hoe belangrijk je zenuwstelsel daarbij is. Bevallen is niet alleen iets fysieks, maar vooral kunnen zakken, durven openen, durven meebewegen. Tijdens mijn eigen zwangerschap ontdekte ik dat al zonder het te weten: op de spinningfiets. Het ritme van mijn ademhaling, het loslaten van spanning, het moment waarop de endorfines begonnen te stromen, precies dát herkende ik tijdens mijn bevalling.
Met deze reeks blogs wil ik je meenemen in wat ik in al die jaren heb geleerd: hoe je lijf werkt, waarom je reageert zoals je reageert, en hoe je jezelf kunt ondersteunen. Niet door harder te werken, maar door zachter te worden.

 

Wat als je bevalling anders loopt?

een zwangere zit op een tablet informatie te lezen over haar bevalling

En juist omdat bevallen zo’n samenspel is van lichaam, hormonen en je zenuwstelsel, is het fijn om te weten wat er kan gebeuren wanneer het proces nét even anders loopt dan bedoeld. Niet om je bang te maken, integendeel, maar omdat kennis je rust kan geven.
In de praktijk zie ik vaak dat vrouwen pas tijdens de bevalling horen waarom ze worden doorverwezen naar het ziekenhuis, of waarom er extra controles nodig zijn. En dat is zó jammer, want als je van tevoren weet wat de meest voorkomende redenen zijn, kun je veel beter meebewegen en voelen: ik begrijp wat hier gebeurt.

Daarom begin ik deze reeks met een blog over de vijf meest voorkomende redenen voor overdracht tijdens de bevalling. De zogeheten Big Five. Zodat jij niet verrast wordt, maar voorbereid. Zodat je regie voelt, ook als het anders loopt.

 

Waarom soms overdracht nodig is

In Nederland begint bijna 90% van de vrouwen bij de verloskundige. Toch wordt ongeveer 6 op de 10 vrouwen tijdens de bevalling (tijdelijk) overgedragen aan het ziekenhuis. Dat betekent niet dat er iets mis is. Het betekent dat we in Nederland een systeem hebben waarin de verloskundige er is voor het gezonde proces, en de gynaecoloog voor de medische zorg. Ze zijn geen tegenpolen, ze vullen elkaar aan. Om je houvast te geven, leg ik de vijf meest voorkomende redenen voor overdracht uit. Ik noem ze voor mijn cliënten altijd de Big Five: helder, overzichtelijk, zonder drama.

Een ziekenhuiskamer met een close up van een infuusstandaard met infuuspomp en zak
 

1. Niet-vorderende ontsluiting

Soms komt er een moment waarop de ontsluiting niet verder wil openen.
Je hebt al uren weeën, je werkt hard, je lichaam doet alles wat het kan. Maar er verandert te weinig. Zolang jij je goed voelt en je baby het goed doet, mogen we dat proces de tijd geven die het nodig heeft. Maar er kan ook een punt komen waarop het niet langer helpend of houdbaar is. Niet omdat jij iets verkeerd doet, maar omdat je lichaam simpelweg ondersteuning nodig heeft. Dan kijken we samen naar de volgende stap. In het ziekenhuis kunnen ze met extra monitoring of medicatie helpen om het natuurlijke proces weer in beweging te krijgen.
Het is geen mislukking. Het is een keuze vanuit zorg, kracht en bescherming. Voor jou én je baby.

 

2. Pijnstilling

Misschien wilde je graag thuis of in het geboortecentrum bevallen. Je was voorbereid, vastbesloten, maar dan komt dat moment dat de pijn je overspoelt. Je merkt dat je lijf zich aanspant in plaats van opent. Dat je niet meer mee kunt bewegen met je weeën. Soms is dat het punt waarop vrouwen zeggen: “Ik kan dit niet meer aan.” En dat is helemaal oké.
Alle vormen van medicamenteuze pijnstilling, zoals de ruggenprik of remifentanil, zijn alleen in het ziekenhuis beschikbaar. Daarom kan dit een reden zijn om over te dragen. Pijnstilling kan je helpen ontspannen, waardoor je weer in je lichaam kunt zakken. Tegelijkertijd kan het invloed hebben op het ritme van de weeën en soms op de duur van de bevalling. Het is dus geen “fout” of “mislukking”, maar een bewuste keuze om in een andere omgeving verder te bevallen. Met meer ondersteuning, zodat jij en je baby het beste doorgaan.

 

3. Meconium Houdend Vruchtwater

Soms zie je bij het breken van de vliezen dat het vruchtwater niet helder is, maar groen of bruin. Dat betekent dat er meconium in zit: de eerste ontlasting van je baby. Dat kan een teken zijn dat je baby stress heeft gehad. Deze stress kan weer terugkomen en daarom vraagt het om iets meer aandacht.
In het ziekenhuis wordt dan een CTG aangesloten. Dat is een hartfilmpje dat continu laat zien hoe het met je baby gaat. Niet om je bang te maken, maar om niets te missen. Zo kunnen ze rustig met je meekijken wat jullie nodig hebben.

 

4. Langdurig gebroken vliezen zonder weeën

Als je vliezen zijn gebroken maar de weeën nog niet op gang komen, houdt je lichaam een tijdje zelf de regie. Vaak start het proces alsnog vanzelf. Maar hoe langer het duurt, hoe groter het risico op een infectie voor jou of je baby. Daarom wordt in het ziekenhuis goed met je meegekeken en kan worden voorgesteld om de bevalling op gang te brengen. Bijvoorbeeld met een infuus dat je weeën opwekt, zodat je kindje veilig geboren gaat worden.

 

5. Niet vorderende uitdrijving

Je hebt volledige ontsluiting, je perst al een tijd, maar je baby zakt niet genoeg. Je voelt je kracht afnemen, de energie wordt minder, en soms laat je baby signalen zien dat het allemaal nét te zwaar wordt. Dan is het tijd dat er wél vordering komt en je kindje geboren gaat worden. In het ziekenhuis kunnen ze dan helpen met een vacuümverlossing. Heel soms wordt een keizersnede overwogen. Het doel is altijd hetzelfde. Jou en je baby veilig door dit laatste stukje heen brengen, met zoveel mogelijk rust en begeleiding.

 

Wat betekent dit concreet?

Wanneer we tijdens de bevalling besluiten om over te dragen, betekent dit vooral dat jij en je baby extra zorgvuldig gevolgd worden. In het ziekenhuis wordt er meestal een CTG aangesloten. Een hartfilmpje dat continu laat zien hoe je baby reageert op de weeën. Dat geeft veel informatie en daarmee rust, maar het kan ook betekenen dat je minder vrij kunt bewegen. Soms laat de situatie zien dat je baby hulp nodig heeft, of dat jouw lichaam een zetje kan gebruiken. Dan kan een ingreep nodig zijn, zoals een knip, een vacuümverlossing of in zeldzame gevallen een keizersnede. Dat klinkt groot, en dat ís het ook, maar het helpt om te weten dat het kan gebeuren.

 

Doe mee!

Een overdracht tijdens de bevalling komt vaker voor dan veel vrouwen denken. En dat is geen reden om bang te zijn, juist niet. Hoe meer je begrijpt van het proces, hoe rustiger je mee kunt bewegen, ook als het anders loopt dan je had gehoopt.
Kennis geeft stevigheid.
Begrip geeft vertrouwen.
En vertrouwen helpt je lichaam openen.

Wil je meer lezen over je voorbereiden op je bevalling of pijnstilling? Kijk dan eens op deverloskundige.nl.

In mijn volgende blog neem ik je mee in wat jíj zelf kunt doen om die regie te houden, nog vóór je bevalling begint. Over geboorteplannen, vragen stellen, je lichaam voorbereiden, en hoe je samenwerkt met je zorgverlener. Dat is Blog 2: “Wat kun je zelf doen?”

 

Dit ben ik

Ik ben Lotte Vermorken en ik ben verloskundige. Tijdens mijn twintigjarige carrière doe ik heel wat mooie ervaringen op. Ik zie veel baby’s geboren worden en ik maak mooie, verdrietige, lachwekkende en bijzondere gebeurtenissen mee. In mijn werk zie ik hoe belangrijk vriendschappen zijn. Vandaar dat ik deze website heb opgericht. Ik ben trouwens ook de eigenaar van Buurtmama’s, waar dit blog origineel op gepubliceerd is.
In onze verloskundigenpraktijk begeleiden we vrouwen uit Amersfoort en omgeving dagelijks tijdens hun zwangerschap en bevalling.

0 reacties